November
10 november 2008
Klik op >[http://www.123video.nl/playvideos.asp?MovieID=406832]

Foto gemaakt op: 2 november 2009
Deze was bij onze buren voor de vuilcontainer bestemd, maar dat vond ik in 2008 zonde van die plant, en heb hem toen in de zijtuin geplant. Zoals u weet hebben wij de afgelopen winter aardig wat vorst gehad met temperaturen van -10 tot -15 graden vorst maar daar heeft hij totaal niet onder geleden zoals u nu kunt zien.
Er is een heel mooi spreekwoord ! het geld ligt op de straat maar je moet het zien liggen.
Op het moment zijn ze weer volop te koop: bolchrysanten in pot. In allerlei kleuren en maten. Let er bij de aanschaf op dat de plant niet helemaal in knop zit. Soms gaan de knoppen niet open. Kies dus een plant waarvan een deel van de bloemen al zichtbaar is. Als je de plant na de bloei weggooit, hoef je hem niet te bemesten. Zorg wel dat de kluit niet uitdroogt. Als je een potchrysant wilt overhouden, ga dan als volgt te werk:
Knip hem na de bloei terug tot op 20 cm.
Zet de plant op een lichte en koele (+ 5 °C) plaats.
Verhoog na ongeveer een maand de temperatuur naar + 8 °C. De plant zal nu weer gaan groeien. Geef de chrysant voedzame, leemachtige grond. Tijdens de groei mag de grond nooit helemaal uitdrogen.

Bloeiperiode: oktober, november
Hoogte: circa 100/150 cm
Grondsoort: geen voorkeur
Winterhard: ja
Plantgroep: vaste planten
Snoeien:
Asters kan je na de bloei snoeien tot ongeveer 10cm boven de grond, ter bescherming tegen het invriezen is dat beter dan ze helemaal tot aan de grond af te snoeien. Normaal kan je alle vaste planten zowel in het najaar als in het voorjaar snoeien. Vermeerdering: delen in de herfst of in de lente: kan ook door zachte stekken in de lente, of zaaien in mei tot juli .
Hier onder de Sluier Aster
Foto gemaakt: op 2 november 2009
Bloeiperiode: van juni tot november
Winterheide: Erica carnea

Winterheide: Calluna vulgaris ´Marleen´

En hier onder de,
Winterheide: Erica klokjes heide

Winterheide (Erica carnea) bloeit vanaf oktober/december tot in april/mei in de kleuren roze, rood, paars en wit.
Standplaats: zon/halfschaduw
Hoogte: circa 25 cm
Plantsoort: vaste plant (groenblijvend)
Vermeerderen: Stekken kan het hele jaar. Maak stekken van ca 10 centimeter. Gebruik stekpoeder voor snelle beworteling. De stek kunt u het beste onder glas of plastic kweken. Na ongeveer drie maanden is de stek beworteld en kunnen ze opgepot worden in kleine potjes. Gebruik stekgrond (turfmolm vermengd met 50 procent metselzand) voor heideachtige planten. Zijn ze groot genoeg plant ze dan in uw tuin als het bewolkt of regenachtig weer is.
Winterheide: snoeien
Deze kunt u het beste vlak na de bloei snoeien. Bij veel van deze Heide soorten past u verjonging snoei toe, dus ieder jaar een gedeelte van de oude takken er tussenuit snoeien.
Skimia japonica ‘Rubella’

Foto gemaakt op: 5 november 2009
Skimmia japonica ‘Rubella’
Behoudt de donkerrode bessen gedurende de hele winterperiode. De bloemen zijn 5 tot 10 cm. hoog en zijn samengesteld uit ontelbare dicht op elkaar zittende kleine bolletjes. In het voorjaar ontluiken deze bollige onderdeeltjes zich tot kleine witte bloempjes die een fijne geur verspreiden en insecten aantrekken. De plant op zichzelf wordt tenslotte 1 meter hoog en even breed.
De Skimia heeft u het hele jaar plezier van, nu begint hij weer volop in de knop en na de bloei komen de mooie rode besjes er weer in, zodat u met de kerst er weer mooie kerst takjes vanaf kunt knippen. ook zijn bladeren blijven het hele jaar mooi groen, en kan in de schaduw en in de zon staan.
Snoeien:
Zo weinig mogelijk snoeien. Mocht het noodzakelijk zijn kan er in de zomer met bewolkt weer worden gesnoeid om de vorm te behouden.
Vermeerderen: door afleggen of te stekken, na de bloei.
Silverkaars

Zilverkaars, Cimicifuga simplex
Vaste plant met decoratief varenachtig loof.
Hoogte: circa 1,5 m.
Bloeitijd: oktober – december.
Stokroos ‘Alcea rosea’

De stokroos (Alcea rosea) is een 2-jarige plant.
Bloeiperiode: juli/augustus/september/oktober
Standplaats: Hij groeit bij voorkeur op doorlatende, humeuze, kleihoudende grond, op een warme, zonnige plek. De planten kunnen wel 2 m hoog worden.
Winterhard: ja/redelijk
Bijzonderheden: Stokrozen kunnen zich sterk uitzaaien. Als dat niet gewenst is kunnen na de bloei de bloemen verwijderd worden, zodat geen zaad gevormd wordt. Planten gezaaid in mei of begin juni maken het eerste jaar alleen een bladrozet, en bloeien pas het jaar daarop. Wordt in augustus of september gezaaid, dan bloeit de plant (afhankelijk van het weer) in het tweede of derde jaar na het zaaien.
Vermeerderen: Wordt heel vroeg binnenshuis gezaaid, bijvoorbeeld in maart, en u plant ze als ze groot genoeg zijn circa 5 cm in potten en u ze half mei uitplant in de tuin, dan kunnen de planten als het weer mee zit nog hetzelfde jaar gaan bloeien.
Hier onder mijn zaailing

Foto gemaakt op 2 november 2009
Deze heb ik op 28 februari 2009 voor gezaaid in huis en op 1juni 2009 in de tuin geplant deze is van de 10 stuks gaan bloeien wat op zich zelf heel bijzonder is daar hij het pas het jaar er na had moeten doen, maar ik vind het wel prachtig dat hij is gaan bloeien.
Paddenlelie, Tricyrtis hirta Armelui’s orchidee

Paddenlelie. Bossige, opgaande plant.
Loof tot 30 cm,
bloemstengels tot circa 50 cm hoogte.
bloemen lichtroze, rood gevlekt.
Bloeitijd: September – november.
Standplaats: Losse humusrijke, iets zure en niet te droge grond in zon – halfschaduw.
Rode zonnehoed: Echinacea Purpurea

Bloeiperiode: juli/september/oktober
Hier onder mijn zaailing

Foto gemaakt op 2 november 2009
Clematis, november

Foto’s gemaakt op: 5 november 2009
Hoogte: circa 150 cm
Standplaats: liefst zonnig plaats, kan ook in de halfschaduw alleen is de bloei dan minder weldadig. Deze Foto’s zijn gemaakt op een plaats waar ze in de schaduw staan.
Winterhard: matig, bedek de stam met balderen in de winter of stro.
Bijzonderheden: iedere clematis die volop in de zon staat dient beschermt te worden door er een laag groen blijvende plant voor zijn stam te planten, om het indrogen van het wortelgestel van de Clematis tegen te gaan.
Vermeerderen: stekken / afleggen.
Herfsttijloos (Leliefamilie Leliaceae)

Herfsttijlozen hebben een lange bloemdekbuis met het vruchtbeginsel helemaal onderin. De bloemen lijken op die van de Krokus, maar hebben 6 in plaats van 3 meeldraden en 3 stijlen in plaats van 1. De fraaie oranje stempels moeten nooit als saffraan worden gebruikt, vanwege de giftigheid. Na de herfstbloei groeit in de lente de bloemsteel, die de vrucht boven de grond uit duwt. De grote bladeren verschijnen pas in de lente.
Bloei periode: september november
Plant plaats: kan in de zon en half schaduw, moet in het voorjaar voldoende vocht kunnen opnemen. Diepgaande, voedselrijke grond.
Planten: Moet half augustus al worden uitgeplant.
Plantdiepte: 10-20 cm. Kan in juli worden verplant.
Vermeerdering: Uitplanten van zijbolletjes (kralen).
Gebruik: Tussen lage heesters en siergrassen en in rotstuinen.
Kerstroos (Nieskruid – meerdere soorten)

Bloeiperiode: november-februari (afhankelijk van de soort)
De Kerstroos is een polvormende, vaste plant met wortelstok. Hoogte 35 cm, breedte 50 cm, volledig winterhard. Bloeit van november/december tot april met komvormige wit-groene bloemen vaak met een roze gloed. De donkergroene bladeren zijn groenblijvend en samengesteld.
Houdt van een goed doorlatende grond in de halfschaduw.
Vermeerderen: voor de “H.oriëntalis-hybriden”, is de beste tijd in september als de wortelgroei net is begonnen. Verdeel de plant zodanig dat elk nieuw deel minstens een mooi lang stuk wortel en een volwassen blad overhoudt. Zorg ervoor dat de wortels van de moederplant niet uitdrogen en doe dit vermeerderen op een bewolkte, koele dag.
Vermeerderen: kan ook als de planten zijn uitgebloeid in het voorjaar, en het niet vriest.
Camellia japonica

Camelia’s bloeien van oktober tot mei, afhankelijk van soort en vorm.
Verzorging. Camelia’s vragen dezelfde zorg als rododendrons wat de grond aangaat. Dus zuur en licht. Maar in tegenstelling tot laatstgenoemde hebben ze diepere wortels en kunnen ze dus beter tegen de droogte. Na een paar jaar kan hun penwortel makkelijk een meter diep worden.
Geef ze niet te veel voedsel en wees zeker voorzichtig met stikstof. Gebruik voeding met een hoog gehalte aan fosfor en kalium. Snoeien enkel wanneer nodig en dan in het vroege voorjaar. Zo kan de plant in de zomer nog voldoende uitgroeien.

Foto op 3 maart 2008
Camellia’s zijn slechts winterhard tot ongeveer – 10° C, een beschutte en zonnige plaats in de tuin is hierdoor sterk aan te bevelen.
Vermeerdering:
Het stekken van camelia’s is goed te doen. Neem de stek wanneer de stengel
voldoende rijp is maar nog niet houtig. Moederplanten krijgen weinig water en voedsel. Dat bevordert de beworteling van de stek. Beworteling heeft zijn tijd nodig, ongeveer drie tot zes maanden.
Plant nu de bollen

Voorkom plassen na een regenbui
Wanneer er na een flinke regenbui plassen ontstaan, in de border of het gazon is er op die plaats iets mis met de structuur van de bodem. Planten hebben onder die omstandigheden, vooral in de winter, moeite met overleven. Pak dit probleem aan met een grondboor en wat grind:
Steek met een handschopje een ronde pol gras uit het gazon. Gooi deze toplaag niet weg. Haal daarna met een grondboor (te huur bij doe- het-zelfzaak of gereedschapsverhuurbedrijf) ongeveer 30 cm grond naar boven.
Het kleine buisvormige gat nu volgooien met het grind, tot op enkele centimeters onder de rand. Stop als laatste de bewaarde graspol weer terug in
het gat. Druk hem met de voet stevig aan. Hetzelfde kun je ook in de border doen.
Mulchen op droge grond
Op zandgrond wordt water vaak te snel afgevoerd.
Hierdoor krijgen de planten geen gelegenheid het vocht op te nemen. Een flinke mulchlaag tussen de planten verbetert de structuur van de grond, waardoor het vocht beter wordt vastgehouden.
Bovendien gaat een mulchlaag, mits dik genoeg, de groei van onkruid tegen. Mulch kan uit verschillend, organisch materiaal bestaan. Met een versnipperaar kun je grof tuinmateriaal verhakselen. Dit fijnere materiaal is prima te verwerken tussen de planten. Boomschors is kant-en-klaar te koop, maar heeft als nadeel dat het vrij grof is. Naast houtsnippers en boomschors kan ook gemaaid gras dienen als mulchlaag.
Bomen planten
Bij het planten van bomen denk je direct aan het voorjaar. Ten onrechte, want de herfst is de beste periode om een boom te planten. De temperatuur van de bodem is dan nog hoog, waardoor de wortels worden geactiveerd. Al na een paar weken zijn er kiemwortels ontstaan. Dankzij deze wortels kan de boom al water opnemen en is de kans op uitdroging klein. Een in het voorjaar geplante boom heeft het veel moeilijker, die moet tegelijkertijd wortels en blad maken. De kans op uitdroging is ook veel groter.
Bomen en paddestoelen

Bladaarde maken

Daarom is het niet verstandig om ze in grote hoeveelheden op de ‘gewone’ composthoop te gooien. Wie er ruimte voor heeft kan een aparte bladhoop opzetten. Na ongeveer twee jaar zijn de bladeren verteerd en heb je prima bladaarde. Net als bij een gewone composthoop mag het mengsel niet te droog zijn. Verzamel de bladeren dus bijvoorkeur als ze goed natgeregend zijn. Voeg af en toe een schep grond toe en wat stikstofrijke mest, bijvoorbeeld bloedmeel, en dek de hoop af met wat aarde.
Afgevallen bladeren
Het meeste blad is zo langzamerhand wel van de bomen gewaaid.
Houd de paden in de tuin vrij van bladeren; bij vochtig weer kan het anders spekglad worden. Laat ook geen blad op het gazon liggen. Ook groenblijvende vaste planten houden niet van zo’n verstikkende, vaak natte, laag bladeren.
Gooi de opgeruimde bladeren niet bij het tuinafval, maar strooi ze uit tussen de planten. Het blad beschermt de planten tegen de vorst; de grond tegen uitdroging, en vormt een schuilplaats voor allerlei nuttige diertjes. En alsof dat allemaal niet genoeg is, voegt het na vertering voedsel toe aan de grond en verbetert het de structuur.
Boom planten
Plant de boom op dezelfde diepte als hij op de kwekerij heeft gestaan.
Dit kun je zien aan de verkleuring van de stam, vlak boven de wortels. Graaf voor het planten een gat en plaats eerst een boompaal (aan de kant waar de wind het vaakst vandaan komt). Op een winderige plek hebben twee palen de voorkeur. Bevestig de stam aan de boom met speciaal boomband. Dat is elastisch en knelt niet. Vul het plantgat eventueel aan met gewone, goed doorlatende tuinaarde. Naderhand kun je rond de stam wat (organische) mest of compost aanbrengen.
Najaarsplanten in pot

In de herfst zijn veel mooie planten te koop. In ruime potten en schalen kun je diverse soorten combineren die mooie bloemen, bladeren of bessen hebben. Mooi en groenblijvend is Viburnum tinus ’Gwenllian’. De rode bloemknoppen en roze bloemen blijven heel lang aan de plant. Ook met Skimmia ’Rubella’, het lampenpoetsersgras (Pennisetum), Gaultheria met z’n rode besjes, hoge sedum en viooltjes kun je prachtige combinaties maken.Leuk werkje: bessenstruiken stekken.
Waterlelie afknippen
Afstervende waterlelies zijn niet bepaald mooi om te zien. Bovendien vormen ze een olie-achtig laagje op het water.
Wie dat wil, kan de bladeren halverwege de steel afknippen. Niet lostrekken, want dan beschadig je de wortelstok, waardoor hij kan gaan rotten.
Wachten met snoeien
Snoeilustige tuiniers doen er goed aan het snoeien van vruchtbomen nog even uit te stellen.
Vooral voor appels en peren is de periode tussen half november en half december in verband met infectiegevaar door sporen van vruchtboomkanker minder geschikt. Na half december is die kans veel kleiner en kun je zonder problemen de snoeischaar ter hand nemen.

Woekerende bamboe kun je door snoeien onder controle houden.
Bindmateriaal checken

Bladverliezende bomen en heesters kunnen heel goed door houtige stekken vermeerderd worden zonder dat men op de luchtvochtigheid hoeft te letten. Eind herfst als al het blad eraf gevallen is kunnen het beste de houtige stekken genomen worden maar het kan ook in begin van het voorjaar als je er in de herfst geen tijd voor hebt gehad. Houtige stekken die met een potlood dikte genomen zijn van het afgelopen seizoen, de gegroeide potlooddikke stengels, wortelen meestal het beste.
Knip een hele twijg en verdeel deze in stukken van ongeveer 10 a 15cm lang. Knip telkens de onderkant schuin af en de bovenkant recht, zodat vergissen niet mogelijk is. Snijd de stek aan de bovenkant ongeveer 1cm boven de bovenste knop recht af. Omdat houtige stekken genomen worden als de plant in rust is, kun je het beste wat stekpoeder gebruiken. Bundel de stekken van dezelfde soort met elastiekjes en houdt de bovenkant gelijk. De gebundelde stekken worden tot de helft of tweederde in de grond ingekuild, zet er een naam plaatje bij en laat ze verder in de winter met rust.
Vlak voordat de slapende knoppen in de lente zullen openspringen, moeten ze worden uitgeplant.
Maak de grond los en zet de stekken hier een voor een in met een onderlinge afstand van 10cm en dan moet de helft er van boven de grond uitsteken. Druk de grond rondom stevig aan en houdt de grond rond de stekken vochtig. Zorg er voor dat de stek op een schaduw plaats staat in het voorjaar, naarmate de wortels zich ontwikkelen mogen ze meer zon. Bemest de stekken regelmatig. In de herfst zullen de meeste stekken genoeg wortels hebben en kunnen ze op hun definitieve plaats worden geplant.
SOORTEN:
De soorten die zonder veel problemen geschikt zijn voor het maken van winterstek.
Buddleia (vlinderstruik): al in november knippen en opkuilen om goed callus te laten vormen.
Noot: wanneer we de stekken uit de kuil halen zien we aan de basis van de stek vaak verdikkingen en vergroeiingen: ‘callus’ genaamd. Hieruit zullen de wortels zich gaan ontwikkelen en daarom moet je daar heel voorzichtig mee omgaan.
Callicarpa bodinierii. Stek knippen voor de winter.
Caragana arborescens (erwtenstruik)
Colutea arborescens (blazenstruik)
Cornus alba ‘Sibirica’ (rode kornoelje in alle variëteiten)
Cornus stolonifera ‘Flaviramea’ (gele kornoelje)
Eleagnus multiflora (wilde olijfwilg)
Forsythia in soorten: onderaan de stek door knop snijden.
Laburnum (gouden regen) in soorten: in maart knippen en direct steken.
Ligustrum in soorten (liguster)
Metasequoia glyptostroboïdes: stekken als de knoppen open gaan.
Parthenocissus (wilde wingerd) in soorten: maart knippen en direct steken
Philadelphus (jasmijn) in soorten
Polygonum aubertii (bruidsluier)
Populus (populier) in soorten
Potentilla div. soorten, vnl. de hogere soorten als fruticosa-variëteiten
Ribes alpinum (alpenbes)
Ribes sanguineum (rode ribes)
Ribes rubrum (aalbes) in soorten en variëteiten)
Ribes nigrum (zwarte bes)
Ribes uva-crispa (kruisbes): naalden wegknippen.
Salix (wilg) in soorten en variëteiten
Sambucus (vlier) in alle variëteiten
Spiraea in soorten en variëteiten
Symphoricarpus (sneeuwbes) in soorten en variëteiten.
Weigelia in soorten en varieteiten.
De serreverwarming installeren en isoleren met noppenfolie, rietmatten, piepschuim.
De serrebuizen eens goed reinigen zodat plaagdieren en ziekten er niet kunnen op overwinteren.
Na de laatste maaibeurt de grasmaaier binnen zetten voor zijn winteronderhoud. Hetzelfde geldt dan ook voor de motorheggenschaar, de grastrimmer en de bosmaaier.
Om in de winter toch wat leven in de tuin te brengen hang je enkele nestkastjes op. Doe dit op minstens 1,5 tot 2 meter hoogte zodat de katten er niet bij kunnen. Bestel tijdig enkele zaadcatalogen zodat je tijdens de lange winteravonden gezellig kunt kiezen. Als je je bestelling tijdig kunt doorgeven heb je trouwens meer kans dat alles nog voorradig is.
Bij vorst niet op het gazon lopen. Gazon vrij maken van de laatste afgevallen bladeren zodat het gras niet kan verstikken. De bladeren kan men gebruiken om bladaarde mee te maken. Dit kan op een apart composthoop met enkel bladeren maar men kan ze ook nat maken en in een plastiek zak stoppen. Na een jaar zal men in beide gevallen bladcompost hebben. Wie het nog wil kan nu ook nog krokussen in zijn gazon planten. Je plant ze het beste uit in groepjes.
Bloembollen en -knollen:
De reeds gerooide dahliaknollen, gladiolen, begoniaknollen, die opgeborgen staan eens controleren op rotten, schimmels of op muizenvraat.
Plant tulpen, Oosterse sterhyacint (Scilla’s), voorjaarsanemonen.
Amaryllis (Hippeastrum) oppotten en op een lichte standplaats zetten.
Kies bij de aanschaf voor de grootste bollen waarin veel reservestoffen zitten opgeslagen. Een bolomvang van 20 cm tot meer dan 30 cm is heel normaal. Ze zijn verkrijgbaar in verschillende kleuren. Er zijn groot- en kleinbloemigen en enkel- en dubbelbloemigen. De wortels die nog aan de bol zitten moet je zeker sparen. Vul een bloempot met potgrond en steek de bol voor twee derde in de grond. Ze kunnen gewoon op de vensterbank worden geplaatst maar liefst in een goed verwarmde huiskamer want ze houden van 20°C. Geef weinig water totdat de stengel tevoorschijn komt. Zodra de knop en het blad zichtbaar worden dan mag men geleidelijk aan meer water geven. De stengel groeit daarna zeer snel en al spoedig zorgen enkele prachtige bloemen voor de climax. Dit hele proces kan zo’n 6 tot 10 weken duren.
Vijver:
Verwijder pompen en verlichting.
De vijverbeplanting terug snoeien.
Houten tonnen en zinken kuipen leegmaken en binnen brengen voor dat ze door ijsuitzetting kapot vriezen.


Reacties»
No comments yet — be the first.